35 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- Michael’s Greenhouses
Poinsettia's Bij Michael’s Greenhouses in Cheshire, Connecticut, wordt plaagmonitoring efficiënter en makkelijker om naar te handelen. Tijdens het poinsettiaseizoen van 2025 begon het team Trap-Eye™ te gebruiken om beter inzicht te krijgen in de druk van witte vlieg en trips in het gewas. Het doel was duidelijk: repetitief werk met vangplaten verminderen, de zichtbaarheid verbeteren en gerichtere beslissingen rond biologische bestrijding ondersteunen. Eerder inzicht, minder handmatig werk Scouting met vangplaten is een belangrijk onderdeel van IPM, maar kan tijdrovend zijn en is afhankelijk van regelmatige handmatige controles. Met Trap-Eye™ worden vangplaten automatisch gefotografeerd en herkent en telt AI-software de insecten op de beelden. Bij Michael’s Greenhouses werd Trap-Eye™ tijdens de poinsettiateelt in verschillende kasafdelingen geplaatst. Dit gaf het team een duidelijker beeld van waar de plaagdruk zich ontwikkelde, ondersteund door dashboardtools zoals heatmaps en drempelwaarde-alerts. In plaats van te wachten op vaste scoutingmomenten, kon het team de ontwikkeling van plagen continu volgen en reageren voordat de druk verder opliep. Foto: Trap-Eye™ monitort druk van witte vlieg en trips. Ondersteuning van biologische bestrijding Michael’s Greenhouses gebruikt biologische bestrijding gedurende de hele poinsettiateelt en streeft ernaar onnodig spuiten waar mogelijk te voorkomen. Met Trap-Eye™ kon het team zien waar de druk van witte vlieg toenam en hun aanpak gerichter inzetten. Zoals Head Grower Laurie Conlon uitlegt: “Trap-Eye hielp ons precies te bepalen waar populaties van witte vlieg toenamen, waardoor we biologische bestrijding in een hogere concentratie konden toepassen op de plekken waar dit het meest nodig was. Dit verbeterde de efficiëntie van dezelfde biologische bestrijdingsstrategie.” Tijdens de gemonitorde proef waren in deze delen van het poinsettiagewas geen insecticidetoepassingen nodig. Trap-Eye™ verminderde ook het repetitieve werk rond het controleren van vangplaten, doordat kaarten minder vaak vervangen hoefden te worden terwijl de plaagdruk zichtbaar bleef in het hele gewas. Foto: Trap-Eye™ omringd door bloemen Praktische AI in de kas Voor Michael’s Greenhouses liet Trap-Eye™ zien hoe AI dagelijkse beslissingen in de kas op een praktische manier kan ondersteunen. Het systeem vervangt de ervaring van de teler niet, maar voegt een duidelijkere en consistentere informatielaag toe ter ondersteuning van scouting en IPM. Een jaar na de oorspronkelijke proef gebruikt Michael’s Greenhouses Trap-Eye™ nog steeds en is het team nog altijd tevreden over het systeem. Met beter inzicht, toegang tot beelden op afstand en gerichtere biologische bestrijding blijft het team geautomatiseerde monitoring gebruiken als onderdeel van hun plaagmanagementstrategie. Voor telers wordt AI juist hier praktisch toepasbaar: niet als modewoord, maar als hulpmiddel dat helpt om giswerk te verminderen, tijd te besparen en met meer vertrouwen te handelen. Wil je het volledige verhaal lezen over de reis van Michael’s Greenhouses met PATS? Lees het artikel van Greenhouse Grower.
- Bloom Valley
Rozen Bloom Valley, onderdeel van de Xflora Group, zet PATS-C in om mottenplagen vroegtijdig te signaleren en zo de bestrijding van rupsen in hun kassen in Nakuru (Kenia) te optimaliseren. Voor de exporteurs van rozen is productkwaliteit essentieel voor een sterke positie in de markt. Vertrouwen in een gezond product begint al in de kas: met goede preventie en duidelijk bewijs dat de aanpak tegen plagen werkt. Plaagmonitoring is daarbij geen modewoord, maar de basis. . Klanten, inspecteurs en IPM-teams willen zien dat risico's actief en op een transparantemanier onder controle worden gehouden. Weten dat je geen risico loopt, is in feite een exportvergunning.Dit is in het bijzonder belangrijk voor Keniaanse exporteurs, waar de False Codling Moth (FCM) een van de meest gevoelige plagen blijft. Dit insect is als quarantaine-organisme aangemerkt door de Europese Unie. Dit betekent een toename in controles op zendingen om uit te sluiten dat deze plaag meelift. Vroege detectie, nauwkeurige verificatie en een tijdige reactie tegen deze plaag is essentieel. De vondst van dit quarantaine-organisme vormt een direct risico voor de toegang tot de markt. Zekerheid is dus cruciaal. Weten dat je geen risico loopt, is in feite een license to operate. Dit is met name relevant in Salgaa, Nakuru, een regio waar de plaagdruk constant hoog is. Bloom Valley, onderdeel van de Xflora Group, heeft een sterke focus op de productie van rozen van de hoogste kwaliteit. De Xflora Group teelt op meer dan 120 hectare rozen, verdeeld over vier locaties in de regio Nakuru. Bloom Valley, opgericht in 2015, produceert op ruim 20 hectare rozen op ongeveer 1950 meter hoogte, waarbij moderne teelttechnieken hand in hand gaan met een continue focus op verbetering. Foto: Rozen van Bloom Valley, bron: Bloom Valley website Van monitoring naar verificatie Bloom Valley investeert al jaren in een sterke IPM-aanpak. Toch blijft in een drukke kasomgeving één vraag belangrijk: hebben we elke dag volledig zicht op wat er in alle kassen gebeurt? Om dit gat in de monitoring te dichten, introduceerde Bloom Valley technologie die plaagdruk continu en inzichtelijk meet. Niet alleen om sneller en beter beslissingen te nemen, maar ook om meer zekerheid, transparantie en aantoonbare controle te realiseren. De oplossing: geautomatiseerde mottenmonitoring. Bloom Valley installeerde meerdere PATS-C-units in verschillende kassen om de activiteit van motten continu te monitoren. Het systeem detecteert automatisch belangrijke plaagsoorten, zoals Helicoverpa, Spodoptera, Duponchelia en False Codling Moth (Thaumatotibia leucotreta), en vertaalt deze data naar duidelijke dagelijkse inzichten via een intuïtief dashboard. Door de activiteit continu te volgen, krijgt het team beter inzicht in piekmomenten van motten en het verwachte moment waarop rupsen uitkomen. Daardoor kunnen bestrijdingsmaatregelen veel gerichter en op het juiste moment worden ingezet, wat de effectiviteit verhoogt en onnodige toepassingen vermindert. Wat dit betekent voor het bedrijf Voor Bloom Valley draait realtime monitoring niet om méér data, maar om betere beslissingen en meer grip op de situatie. Door continu inzicht te hebben in motactiviteit en populatietrends kan het team sneller reageren en gerichter ingrijpen wanneer de plaagdruk verandert. Daarnaast maakt het systeem direct zichtbaar welk effect bestrijdingsmaatregelen hebben. Door trends vóór en na een interventie te vergelijken, ontstaat duidelijke feedback die helpt om de aanpak continu te verbeteren. Deze datagedreven werkwijze versterkt niet alleen de gewasbescherming, maar vergroot ook het vertrouwen van interne teams, klanten en inspecteurs. Monitoring is daarmee niet langer gebaseerd op aannames, maar op meetbare en transparante inzichten. “Bij Bloom Valley zetten we technologie en innovatie in om onze plaagbestrijding in onze rozenkassen te verbeteren. Met PATS-C kunnen we de mottenactiviteit in de kas continu monitoren en realtime tellingen ontvangen die laten zien wat er dagelijks gebeurt. Deze transparantie stelt ons in staat sneller te reageren en geeft ons ook inzicht in de invloed van onze interventies op de plaagdruk in de loop van de tijd. Dit geeft ons team, onze stakeholders en onze klanten meer vertrouwen.”-Ashesh Mishra, Algemeen Directeur Xflora Group Foto: PATS-C in een kas van Bloom Valley Vooruitblik Voor Bloom Valley en de Xflora Group versterkt realtime monitoring de bestaande aanpak met continue en meetbare inzichten. Terwijl de eisen vanuit de markt blijven toenemen, blijft de focus duidelijk: kwaliteit beschermen, sneller en gerichter beslissingen nemen en transparant aantonen hoe plaagrisico’s worden beheerst. Technologie speelt daarin een steeds belangrijkere rol. Door agronomische kennis te combineren met verifieerbare data werkt Bloom Valley continu aan een sterkere, betrouwbaardere en toekomstbestendige rozenproductie.
- Florensis
Sierplanten Florensis Kenya maakt deel uit van de internationale Florensis-familie en levert jonge planten en stekken aan professionele kwekers in Europa. Vanuit de productielocatie in Naivasha, ten noorden van Nairobi, worden op circa 14 hectare stekken van vaste planten geproduceerd. Het bedrijf telt meer dan 400 medewerkers en is gericht op kwaliteit en het voldoen aan strenge exportnormen. Geautomatiseerde monitoring als basis De samenwerking tussen Florensis en PATS begon in 2021. In datzelfde jaar introduceerde Florensis Kenya geautomatiseerde plaagmonitoring in de stekkenproductie. Florensis Kenya was het eerste bedrijf in Oost-Afrika dat PATS-C gebruikte voor het monitoren van de Duponchelia-mot. Het systeem werd geïnstalleerd in ruimtes waar deze plaag een risico vormde, en het lokale IPM-team werkt actief met de gegevens in de dagelijkse werkzaamheden. Sinds 2021 wordt PATS-C gebruikt om de activiteit van Duponchelia te monitoren. In 2024 heeft Florensis Kenya zijn monitoringaanpak uitgebreid met Trap-Eye™, waarmee geautomatiseerde monitoring van plagen zoals wittevlieg en trips is toegevoegd. Trap-Eye™ maakt monitoring met vaste tussenpozen mogelijk, met hoge nauwkeurigheid en minimale arbeid, waardoor een gestandaardiseerde manier ontstaat om de plaagdruk op het hele terrein te volgen. Trap-Eye™ is ontwikkeld in samenwerking met Biobest. Photo: Two members of the CPM team review pest development data next to a Trap-Eye™ sensor. Nultolerantie vereist helder inzicht. Bij de stekkenteelt vormen de moederplanten de basis voor alle verdere vermeerdering. Elke vorm van plaagdruk kan de kwaliteit en de geschiktheid voor export direct beïnvloeden. Florensis hanteert een strikte nultolerantieaanpak. Stekken moeten schoon zijn voordat ze naar Europa worden verzonden, waardoor betrouwbaar en consistent inzicht in de plaagdruk essentieel is. “Innovatie en duurzaamheid gaan hand in hand bij Florensis Kenya. We vervangen handmatige insecteninventarisatie door een datagestuurde CPM-aanpak, waardoor onze teams effectiever worden doordat ze zich richten op proactieve oplossingen in plaats van insecten te tellen. We zijn er trots op de wereld te laten zien dat Kenia voorop loopt in de wereldwijde transitie naar een technologisch geavanceerde en duurzame landbouw.” -Eddy Verbeek, algemeen directeur Klaar voor het hoogseizoen De drukste periode voor Florensis Kenya is de aanloop naar de Europese lente, wanneer de vraag aanzienlijk toeneemt. Tijdens deze piekmomenten is betrouwbare en gestandaardiseerde monitoring essentieel om zowel de kwaliteit als de leveringsbetrouwbaarheid te waarborgen. Het gebruik van PATS-C en Trap-Eye™ wordt stapsgewijs uitgebreid naar compartimenten waar monitoring vereist is, ter ondersteuning van de steeds hogere kwaliteitsnormen en de eisen van de internationale toeleveringsketen. Photo: King Willem-Alexander and Queen Máxima visit the Florensis Kenya location, where they were shown the production facilities during their official tour in 2025. Eén aanpak voor alle locaties Florensis streeft naar een uniforme manier om plaaggegevens te verzamelen op al haar productielocaties wereldwijd. Dit maakt het gemakkelijker om situaties te vergelijken, inzichten te delen tussen IPM-teams en vanuit het hoofdkantoor in Nederland toezicht te houden. In 2025 bracht het PATS-team een persoonlijk bezoek aan de Florensis Kenya-locatie, waarmee de samenwerking werd versterkt. In datzelfde jaar bezochten Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima Florensis Kenya, waarmee de rol van Nederlandse tuinbouwtechnologie in de internationale productie werd benadrukt. Photo: Two Florensis employees examine the yellow sticky trap card. Samen vooruit De samenwerking tussen PATS en Florensis Kenya heeft zich ontwikkeld tot een langdurig partnerschap. Met een gedeelde focus op kwaliteit, transparantie en continue verbetering blijven beide teams bouwen aan geautomatiseerde plaagmonitoring. Wil je het volledige verhaal weten over Florensis' reis met PATS? Lees dan het artikel in Floral Daily.
- FCM snel vinden: project gestart om geautomatiseerde en vroege inzichten te leveren voor een betere controle op Keniaanse rozen.
De False Codling Moth (FCM) veroorzaakt ernstige problemen voor de rozenkwekers in Kenia. Deze kleine plaag bedreigt een industrie ter waarde van 300 miljoen dollar en duizenden banen. Om voorop te blijven lopen, hebben kwekers betere manieren nodig om problemen vroegtijdig op te sporen en snel te handelen. Daarom werkt PATS samen met tien rozenkwekerijen in het hele land aan een nieuwe aanpak: slimme monitoring om meer inzicht te krijgen in de FCM, de bestrijdingsstrategieën te verbeteren en het beheer door belanghebbenden te vergemakkelijken. Waarschuwingsbord FCM in kas Een grote uitdaging: De False Codling Moth in de Keniaanse bloementeelt FCM ( Thaumatotibia leucotreta ) vormt een groeiende bedreiging voor de rozenindustrie in Kenia, aangezien het een invasieve soort is in Europa. Ongeveer 70% van de export van snijbloemen uit Kenia is bestemd voor Europese markten, waarbij rozen ongeveer 66% van deze export uitmaken. Door verhoogde waakzaamheid is het aantal inspecties gestegen van 5% naar 25%, wat heeft geleid tot kostbare onderscheppingen, afgewezen zendingen en zelfs tijdelijke sluitingen van kassen. In 2024 werden minstens 95 zendingen geweigerd, met een geschatte kostprijs van 1 miljoen dollar. Deze ontwikkelingen zetten telers en exporteurs onder grote druk om de bestrijding van ongedierte te verbeteren en aan te tonen dat ze de voorschriften naleven. Om aan deze eisen te voldoen en tegelijkertijd de afhankelijkheid van interventies te verminderen, heeft de sector dringend behoefte aan een betrouwbaar, gestandaardiseerd systeem voor ongediertebewaking en besluitvorming. Een dergelijk systeem moet worden afgestemd op de dynamiek van FCM en zowel een geoptimaliseerde ongediertebestrijding als een effectief risicobeheer ondersteunen om de betrokken belanghebbenden op één lijn te brengen. Een beproefde oplossing, nu gericht op FCM in rozen Voortbouwend op jarenlange ervaring heeft PATS met steun van verschillende belanghebbenden een speciaal FCM-monitoringproject in Kenia opgezet. Het doel van het project is om het gebruik van PATS-C specifiek voor FCM-beheer bij rozen te valideren en te verbeteren. Deze industrie is een belangrijke pijler van de Keniaanse economie, met een jaarlijkse export van rozen ter waarde van meer dan 300 miljoen dollar en werkgelegenheid voor meer dan 50.000 Kenianen. Het beschermen van de integriteit en levensvatbaarheid op lange termijn is van cruciaal belang, niet alleen voor telers en exporteurs, maar ook voor de gemeenschappen en het levensonderhoud die ervan afhankelijk zijn. Het FCM-monitoringproject Sinds begin 2025 werkt PATS samen met tien toonaangevende rozenkwekers, waaronder Bilashaka Flowers, Vegpro, Nini en Van den Berg Roses, om de PATS-C-technologie voor gerichte FCM-monitoring uit te rollen. Deze kwekerijen verzamelen nu continu hoge resolutiegegevens over de vliegactiviteit van motten, met als doel een beter inzicht te krijgen in de dynamiek van FCM en realtime ongediertebestrijding te ondersteunen. Het project richt zich op een aantal belangrijke activiteiten: Continue monitoring van de activiteit van volwassen FCM's met behulp van PATS-C-systemen in meerdere kaszones. Vergelijking en validatie van gegevens, waarbij PATS-C-resultaten worden vergeleken met gegevens van veldonderzoek op de boerderij, zoals het aantal eitjes, vangsten van volwassen exemplaren en zichtbare schade aan gewassen, om de nauwkeurigheid te evalueren en besluitvorming te ondersteunen. Verbetering van het model voor soortonderscheid en -herkenning door middel van gestructureerde experimenten die helpen het PATS-C-insectenprofiel specifiek voor FCM te verfijnen. Deze aanpak zorgt ervoor dat de oplossing niet alleen wordt gevalideerd in Keniaanse kasomstandigheden, maar ook wordt geoptimaliseerd om bruikbare inzichten te leveren aan telers die dagelijks bezig zijn met ongediertebestrijding. PATS-C opstart bij Nini Kenia Twee doelstellingen om telers te ondersteunen Dit project is opgezet om op twee niveaus waarde te creëren. Ten eerste moet het systeem telers realtime inzichten en een hulpmiddel bieden om mottenplagen beter te bestrijden, de resultaten van ingrepen te meten en slimmere, duurzamere IPM-praktijken te ondersteunen. Ten tweede moet het resulteren in een besluitondersteunend systeem (DSS) specifiek voor FCM dat telers helpt te beslissen wanneer ze maatregelen moeten intensiveren of wanneer ze moeten stoppen met exporteren vanuit getroffen kassen, waardoor het risico op onderscheppingen en verliezen wordt verminderd.. Vooruitblik Dit project zal minstens een jaar duren, waarbij verdere ontwikkeling afhankelijk is van de voortgang en feedback van gebruikers. Het doel van PATS is om een robuuste, betaalbare monitoringtool te ontwikkelen die het volgende ondersteunt: Nauwkeurige en tijdige ongediertebestrijding Verminderde (chemische) inputs Beter risicobeheer, met name voor FCM Volledige afstemming op de exportnormen van de EU en Kenia Meer informatie over dit project is beschikbaar via sales@pats-drones.com
- Vereijken Kwekerijen
Tomaat Om de Turkse mot effectiever te bestrijden, heeft Vereijken Kwekerijen drie jaar geleden PATS-C geïmplementeerd. In plaats van te vertrouwen op vallen, detecteert het systeem de motactiviteit in realtime, waardoor eerder ingegrepen kan worden en de timing van Bt-toepassingen nauwkeuriger kan worden bepaald. Photo: Roland reading the PATS-C Dashboard Na succesvolle tests op twee locaties werd PATS-C uitgerold naar alle verlichte locaties. Het resultaat is een effectievere bestrijding van rupsen, minder onnodige bespuitingen en meer vertrouwen in de besluitvorming. Vereijken test ook PATS-Vinder om de spuittiming verder te optimaliseren door het uitkomen van de rupsen te voorspellen. Roland Kouwenhoven, Locatiemanager Vereijken Kwekerijen Wil je het volledige verhaal weten over Vereijkens traject met PATS? Lees dan verder. Onder Glass- functie
- Delphy
Extern project Bij Delphy gaan onderzoek en innovatie hand in hand. Het bedrijf onderzoekt voortdurend nieuwe manieren om gewasbescherming efficiënter en duurzamer te maken. Een van de nieuwste uitdagingen is het begrijpen en bestrijden van larven, de insectenlarven van kevers zoals de meikever ( Melolontha melolontha ), de junikever ( Amphimallon solstitiale ) en de rozenkever ( Cetonia aurata ). Deze soorten kunnen ernstige wortelschade veroorzaken in boomkwekerijgewassen, graslanden en andere openveldsystemen. “ Engerlingen kunnen jarenlang onder de grond leven en zich voeden met plantenwortels. Daardoor zijn ze moeilijk te detecteren en nog moeilijker te bestrijden ”, legt onderzoeker Jeroen van der Meij van Delphy uit. Van veldvariabiliteit naar gecontroleerd onderzoek Hoewel er in het verleden veldproeven zijn uitgevoerd, liepen de resultaten vaak te sterk uiteen om betrouwbare conclusies te trekken. Daarom besloot Delphy een andere aanpak te kiezen. De afgelopen twee jaar heeft het team een gecontroleerd kweeksysteem voor meikevers en larven opgezet in de onderzoekskwekerij voor boomteelt en vaste planten. Photo: Researcher Jeroen van der Meij Deze opstelling maakt nauwkeurig en herhaalbaar onderzoek naar de biologie van plagen en bestrijdingsmethoden mogelijk, van de vroege ontwikkeling tot de vliegactiviteit. " We kunnen nu nieuwe oplossingen testen onder stabiele omstandigheden ", zegt Van der Meij. " Dit helpt ons telers en professionals te ondersteunen met data-onderbouwde inzichten in de strijd tegen een groot probleem. " Het monitoren van kevervluchten met PATS-C Om het gedrag van volwassen kevers beter te begrijpen, werkte Delphy samen met PATS om geautomatiseerde monitoring van vliegende meikevers ( Melolontha melolontha ) te testen. Met behulp van het PATS-C camerasysteem volgde het team met succes de vliegactiviteit gedurende meerdere weken. “ Het systeem werkte erg goed en gaf ons een helder inzicht in het vliegpatroon ”, aldus Jeroen van der Meij. Het online dashboard stelde onderzoekers in staat om vluchtgegevens in realtime te visualiseren en te analyseren. Deze combinatie van gecontroleerde fokkerij en geautomatiseerde monitoring opent nieuwe mogelijkheden voor plaagonderzoek en duurzame gewasbescherming. Photo: Cockchafers (Melolontha melolontha) from Delphy’s breeding study. Slimmer ongediertebeheer dankzij automatisering De succesvolle proef in de onderzoekskwekerij van Delphy laat zien hoe geautomatiseerde insectenmonitoring de innovatie in de landbouw kan bevorderen. PATS-C verbetert het inzicht in het gedrag van plagen en ondersteunt gerichtere, datagestuurde bestrijdingsstrategieën. “ PATS gebruikt ook microdrones in de glastuinbouw om vliegende plagen te bestrijden. In de toekomst zou soortgelijke automatisering ook voor openveldgewassen kunnen werken ”, voegt Van der Meij eraan toe. Door de onderzoeksexpertise van Delphy te combineren met de monitoringtechnologie van PATS, laat het project zien hoe data en biologie samen kunnen werken om hardnekkige plagen zoals larven en meikevers effectief en duurzaam aan te pakken. Jeroen van der Meij -Projectmanager Onderzoek Sierteelt
- Vertify
Extern project De koolmot (Plutella xylostella) is een van 's werelds meest schadelijke plagen. Elk jaar veroorzaakt hij voor meer dan €4 miljard aan oogstverliezen, met name in kool en verwante gewassen. Erger nog, de mot heeft resistentie ontwikkeld tegen veelgebruikte biologische bestrijdingsmiddelen zoals Bacillus thuringiensis (Bt), waardoor telers minder effectieve middelen tot hun beschikking hebben. In 2023 bundelden Vertify en PATS hun krachten om deze uitdaging aan te gaan. Door de expertise van Vertify op het gebied van mottensoorten te combineren met de ervaring van PATS in geautomatiseerde insectenmonitoring, hebben we ons tot doel gesteld het in kassen bewezen PATS-C-systeem aan te passen voor gebruik in de vollegrondsteelt. Photo: Diamondback moth larva with leaf damage Hoe werkt PATS-C? Elke nacht detecteert, classificeert en telt de PATS-C-camera automatisch de voorvliegende motten. Deze gegevens worden de volgende ochtend weergegeven in een intuïtief dashboard, waardoor telers direct inzicht krijgen in de plaagdruk. Traditioneel werden motten gemonitord met feromoonvallen, waarbij wekelijks handmatig geteld moest worden. PATS-C verandert dit volledig door dagelijks direct beschikbare gegevens te leveren, waardoor tijdige en gerichtere interventies mogelijk zijn. Photo: The first PATS-C in the field Eerste veldproeven Medio 2023 werd het eerste PATS-C-systeem geïnstalleerd in een koolveld bij Vertify. Het doel: aantonen dat de koolmot in de buitenlucht net zo betrouwbaar kon worden gemonitord als in kassen. De resultaten waren zeer bemoedigend. De dagelijkse tellingen van PATS-C kwamen nauw overeen met de trends van feromoonvallen: met een voorsprong van maximaal een week. Terwijl de gegevens van feromoonvallen pas na handmatige inspectie binnenkomen, levert PATS-C de resultaten al de volgende ochtend. Deze vroege waarschuwing kan cruciaal zijn om plaagdierpopulaties onder controle te houden. Aangemoedigd door de pilot van een half seizoen, werd het project verlengd voor een volledig seizoen in 2024. Waarom dit belangrijk is voor telers Het monitoren van de koolmot met PATS-C biedt twee belangrijke voordelen: Dagelijkse inzichten – in plaats van wekelijkse momentopnamen – maken snellere en nauwkeurigere interventies mogelijk. Dit is met name waardevol voor biologische oplossingen die snel werken, maar een korte werkingsduur hebben. Geen handmatige inspectie nodig – eenmaal ingesteld, werkt het systeem volledig automatisch. Dit maakt netwerken van monitoringpunten over hele regio's mogelijk, waardoor elk veld zijn eigen datagestuurde beschermingsstrategie krijgt. Graph: PATS-C counts (blue) compared to Vertify counts (red), combined with temperature (yellow) and precipitation (green). The trend observed by PATS-C aligns with the trend of the trap counts. Additionally, in week 27 it can be seen that a drop in temperature and an increase in rainfall result in lower moth activity. Vooruitblik Met deze proeven hebben Vertify en PATS bewezen dat PATS-C ook buiten de kassen succesvol kan zijn. De mogelijkheid om een van 's werelds meest kostbare plagen nauwkeurig, automatisch en snel te monitoren, is een gamechanger voor duurzame koolteelt en een veelbelovende stap richting de uitbreiding van precisieplaagbestrijding naar andere gewassen in de vollegrond.
- Stofbergen Plants
Sierplanten Op Stofbergen in Bergschenhoek worden 4,5 hectare bromelia's geteeld met een sterke focus op duurzaamheid. Voor Robert van Velzen, hoofd gewasbescherming, viel één plaag op: de bananenmot ( Opogona sacchari ). De larven leven diep in de plant en veroorzaken schade lang voordat die zichtbaar is. “ Vroeger hadden we vrijwel geen zicht op de druk, vooral bij gevoelige rassen ”, zegt Robert. “ De schade sloeg vaak al toe voordat we het überhaupt doorhadden. ” Van verspreide gegevens naar realtime inzichten Toen chemische bestrijdingsmiddelen niet meer werkten, schakelde Stofbergen over op feromoonvallen, maar met beperkt succes. "De motten zijn vooral 's nachts actief, en door ons verlichtingsschema was het vrijwel onmogelijk om ze te observeren." Sinds eind 2023 gebruiken ze PATS-C, een geautomatiseerd camerasysteem dat de activiteit van motten 24/7 registreert. “We gebruiken het nu al meer dan anderhalf jaar en de resultaten zijn uitstekend. We kunnen precies zien wanneer de druk oploopt en daar effectiever op reageren.” Photo: Robert in the greenhouse Betere timing met biologische producten Stofbergens belangrijkste bestrijdingsmethode is het gebruik van nematoden, een biologische oplossing die alleen werkt als deze op het juiste moment wordt toegepast. "Dankzij PATS-C weten we nu precies wanneer we moeten doseren," legt Robert uit. "Dat betekent minder schade, lagere kosten en geen verrassingen." Het team heeft geen grootschalige behandelingen meer nodig die nuttige insecten verstoren. Ze handelen alleen wanneer en waar nodig. "We passen nematoden op het juiste moment toe. Dat maakt een wereld van verschil." Technologie en biologie, in samenwerking. Doordat PATS-C dagelijks gegevens over de plaagdruk levert, heeft Stofbergen zijn plaagbestrijdingsstrategie aanzienlijk verbeterd. "Door continue monitoring kunnen we beter anticiperen en gericht ingrijpen", zegt Robert. "Het stelt ons in staat de bananenmot succesvol te bestrijden, de oogst te beschermen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen laag te houden." Sinds de introductie van het systeem is de gemiddelde plaagdruk met minstens 95 procent gereduceerd. De plaag is nog steeds aanwezig, maar wordt goed onder controle gehouden en het team blijft alert op plotselinge veranderingen. Photo: PATS-C surrounded by Bromelias Slimmere bediening, betere resultaten Voor Stofbergen Plants komt succes voort uit de combinatie van technologie en biologie. Met realtime inzichten en nauwkeurige timing hebben ze een veerkrachtiger en duurzamer systeem voor ongediertebestrijding ontwikkeld. Robert van Velzen - Gewasbeschermingsspecialist Wil je het volledige verhaal lezen over Stofbergens traject met PATS? Lees dan het artikel in Floral Daily.
- LKP Plants
Sierplanten LKP Plants in Moerkapelle is met 8 hectare een van de grootste en modernste bromelia-kwekerijen van Nederland. Het bedrijf zet vol in op automatisering en digitalisering en heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in geautomatiseerde teeltsystemen. Daarnaast ondergaat het bedrijf een ingrijpende renovatie. om hun kassen duurzamer te maken. Deze duurzaamheid komt ook tot uiting in hun al lang bestaande, volledig biologische teelt. Er worden uitsluitend natuurlijke vijanden ingezet tegen diverse plaaginsecten, waaronder lastige motten en rupsen die veel schade kunnen aanrichten. Eind 2021 is LKP in een van hun kassen begonnen met het gebruik van het PATS-C-systeem. Met dit systeem hebben mede-eigenaar Marco Koolhaas en teeltspecialist Bas Krens de monitoring van mottenplagen geautomatiseerd en gedigitaliseerd . Photo: PATS-C overlooking young Bromelias Geautomatiseerde plaagdierbewaking Wat betreft plaagdierbestrijding zet LKP dus volledig in op automatisering. Bas en Marco zijn zeer tevreden met het PATS-C-systeem en hebben aangetoond dat de overstap naar een volledig biologische aanpak met natuurlijke vijanden zijn vruchten afwerpt. Dit is een strategie die ze zullen blijven volgen naarmate het scala aan beschikbare middelen beperkter wordt. PATS-C is bovendien een uitstekende aanvulling op reguliere gewascontroles. De succesvolle biologische aanpak die LKP al jaren hanteert, wordt ook weerspiegeld in de gegevens die worden gegenereerd door de digitale plaagmonitoring. Hoewel er in 2022 aanzienlijke druk werd gemeten, is de populatie tijdens de afgelopen winterperiode succesvol teruggedrongen. Daardoor is de beginsituatie in maart van dit jaar (2023) zeer positief. De druk is zelfs 6 keer (!) lager dan de druk van de motten in maart vorig jaar. Daarom wordt dit seizoen een veel langzamere en mildere plaagontwikkeling verwacht. Graph: caterpillar forecast on the PATS-C Dashboard Na de aanstaande renovatie van een van de kassen zal LKP deze zomer de automatische plaagmonitoring uitbreiden naar de andere kassen. Daarnaast is het bedrijf geïnteresseerd in de oplossingen van PATS voor geautomatiseerde plaagbestrijding ter ondersteuning van de biologische aanpak. Marco Koolhaas - Mede-eigenaar LKP Plants Bromelia-specialist
- Ammerlaan TGI
Groene planten "Met het PATS-C-systeem beter inzicht in insectenpopulaties" In maart 2021 startte Ammerlaan The Green Innovator in Pijnacker met het gebruik van twee PATS-C-systemen in twee van haar kassen. De insectenmonitoring verliep zo goed dat in juni ook in de twee andere secties systemen werden geplaatst. In deze commerciële kwekerij, gespecialiseerd in tropische groene planten, worden zowel nuttige als schadelijke insecten aangetroffen tussen de planten die verspreid staan over 6,5 hectare. De schade is vaak moeilijk te zien, omdat de insecten zich verschillend kunnen gedragen afhankelijk van de plantensoort. Photo: Ammerlan TGI greenhouse Bereid je nu voor op de toekomst. “Stagiair Bas Krens, die de HBO-opleiding Tuinbouwmanagement volgde, stelde voor om PATS-C te gebruiken voor het monitoren van insectenpopulaties tijdens een stage,” aldus de teeltmanager. “We vonden het een interessant idee om te kijken of het voor ons zou werken. Vooral omdat de trend in de tuinbouwsector is om minder kunstmatige gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, en we het pesticidengebruik tegen 2030 moeten halveren. We mogen niet tot het laatste moment wachten, we moeten ons voorbereiden op de toekomst.” Vermindering van gewasbeschermingsmiddelen PATS-C geeft inzicht in de vliegbewegingen van verschillende insecten en geeft aan wanneer ze gaan vliegen. Sommige insectensoorten vliegen niet als de zon schijnt; ze wachten tot na zonsondergang of zelfs na middernacht, wanneer het echt donker is. Van der Arend voegde eraan toe: "Het is onze bedoeling om de plagen vooral te bestrijden door middel van strengere hygiënische maatregelen, met name door het opsporen en verwijderen van zwakkere planten. En hoewel we ons dit jaar meer op biologische methoden hebben gericht, zal het nog steeds nodig zijn om af en toe correcties met chemische middelen uit te voeren. Dat zal een kwestie van uitproberen zijn." Photo: PATS-C in the Ammerlan TGI greenhouse Gebruik van gegevens voor het controleplan De gegevens van PATS-C worden door verschillende medewerkers van het bedrijf en de gewasbeschermingsadviseur geanalyseerd. “Binnen het bedrijf gebruiken we de gegevens in overleg met het teeltpersoneel om het juiste moment en actieplan te bepalen voor de bestrijding van plagen, conform de aanbevelingen die we ontvangen. We hebben besloten om het PATS-C-systeem in al onze afdelingen te installeren om de gehele kwekerij te monitoren. We hebben vastgesteld dat het werkt, en dat was voldoende reden om het systeem in juni uit te breiden”, aldus de teeltmanager. De voortdurende ontwikkeling van de systemen door PATS, zowel op het gebied van hardware als software, wordt beïnvloed door wat ze in de praktijk waarnemen, wat zeer gewaardeerd wordt door de teeltmanager. Jan van der Arend - Teeltmanager Ammerlaan De Groene Innovator
- SEF
Onderzoek Het Center for Horticultural Innovation, een divisie van South Essex Fabricating (SEF), is een geavanceerde onderzoeksfaciliteit die zich toelegt op de studie en ontwikkeling van tuinbouwmethoden, -technologieën en -innovaties. Het centrum is gevestigd in Leamington, Ontario, en brengt expertise samen op het gebied van genetica, plantwetenschappen, datawetenschap/AI, voeding en gewasproeven. De missie van het centrum is om vooruitgang te boeken in de tuinbouwwetenschappen, de gewasproductiviteit te verbeteren, de duurzaamheid te vergroten en de glastuinbouwsector te ondersteunen met toekomstgerichte oplossingen. SEF heeft onlangs het PATS Trap-Eye™-systeem in gebruik genomen, een geautomatiseerde oplossing voor het monitoren van kleefvallen die een revolutie teweegbrengt in de manier waarop telers insectenpopulaties volgen. Het systeem maakt hogeresolutiefoto's van kleefvallen, identificeert en telt automatisch plagen en levert realtime rapporten aan telers. "Door de locaties van plaagdierhotspots nauwkeurig te lokaliseren, wordt efficiëntere en gestandaardiseerde monitoring mogelijk, wat tijd en arbeid bespaart en waardevolle inzichten biedt in de trends van insectenpopulaties." Efficiëntie verhogen met automatisering Traditionele monitoring met kleefvallen vergt veel tijd en arbeid, en de resultaten variëren vaak per individu. Met Trap-Eye™ heeft SEF een gestandaardiseerde aanpak kunnen introduceren die niet alleen de nauwkeurigheid verbetert, maar telers ook waardevolle tijd bespaart die ze aan andere taken kunnen besteden. Graph: October pest activity visualized: the Trap-Eye™ dashboard tracks bios and whitefly counts per day. Trap-Eye™ is a collaboration between Biobest and PATS. "Dit geautomatiseerde systeem maakt hogeresolutiefoto's van kleefvallen om plagen te identificeren en te tellen, en levert realtime rapporten rechtstreeks aan onze telers." Telers ondersteunen met realtime inzichten Door de implementatie van Trap-Eye™ helpt SEF telers sneller dan ooit toegang te krijgen tot cruciale informatie over plaagdruk. Geautomatiseerde hotspotdetectie stelt telers in staat snel te reageren op plaaguitbraken en trends in insectenpopulaties in de loop van de tijd te volgen. Het systeem heeft al waardevolle rapporten opgeleverd, zoals de tellingen van het totale aantal bios en wittevliegen in oktober, waardoor SEF en haar partners bruikbare inzichten krijgen ter ondersteuning van duurzaam gewasbeheer.
- Rijk Zwaan
Groente Rijk Zwaan is een wereldwijd erkende speler in de veredeling en zaadproductie van groenten, actief in meer dan 100 landen en met meer dan 30 blad- en fruitgewassen in haar portfolio. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van hun missie, niet alleen door het veredelen van ziekteresistente en langer houdbare rassen, maar ook door initiatieven die aansluiten bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN, waaronder het verminderen van de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen. Om de arbeid te verminderen en de nauwkeurigheid te verhogen, installeerde het team Trap-Eye™ op hun kweeklocatie in Fijnaart. Dit is een geautomatiseerd systeem waarbij elke kleefval is voorzien van een camera die meerdere beelden per week vastlegt. “Het systeem herkent automatisch welke insecten er gevangen zijn en hoeveel. Dat bespaart ons ongeveer zes uur per week en geeft ons een consistenter beeld dan handmatig tellen.” Photo: Trap-Eye™ in the breeding site. Trap-Eye™ a collaboration between Biobest and PATS. Door het inventarisatieproces te digitaliseren, vermindert Lans de afhankelijkheid van handarbeid en verkrijgt hij gestandaardiseerde, betrouwbare gegevens voor plaagdierbestrijding. Vroegtijdige detectie ondersteunt biologische bestrijding. Om een nog beter zicht te krijgen op vliegende insecten, met name die buiten werktijd actief zijn, heeft Rijk Zwaan ook de PATS-C-oplossing geïmplementeerd. Dit camerasysteem detecteert en volgt de activiteit van motten rond zonsondergang en zonsopgang, wanneer de plaagdieren het meest actief zijn, maar vaak over het hoofd worden gezien bij handmatige inspecties. "Hierdoor kunnen we eerder ingrijpen en vaker natuurlijke vijanden inzetten", legt Harry uit. "Het draagt ook direct bij aan de vermindering van chemische strijdgassen." Toenemend vertrouwen leidt tot expansie. Na een succesvolle proef op de locatie Fijnaart breidt Rijk Zwaan het gebruik van Trap-Eye™ nu uit naar een nieuwe kas die momenteel in aanbouw is. De visie van het bedrijf is helder: datagestuurde technologie inzetten ter ondersteuning van biologische bestrijdingsstrategieën en bijdragen aan een duurzamere toekomst voor de tuinbouw. Harry Suijkerbuijk Agronoom












